Wetenschappers en praktijkpartners doen samen onderzoek naar jongeren

22 februari 2018

Hoe moet het onderwijs van de toekomst eruit zien? En hoe zorgen we ervoor dat jongeren zich optimaal ontwikkelen tot slimme en sociale volwassenen? Deze en andere vragen staan centraal in twee onderzoeksroutes van de Nationale Wetenschapsagenda: ‘Jeugd in ontwikkeling, opvoeding en onderwijs’ en ‘NeurolabNL; dé werkplaats voor hersen- cognitie- en gedragsonderzoek’. Deze routes gaven gezamenlijk hun officiële startschot op 19 februari in Museum Volkenkunde in Leiden. 

De Nationale Wetenschapsagenda (NWA) is gebaseerd op ruim 12.000 vragen vanuit de samenleving. Die zijn gecategoriseerd in 25 actuele maatschappelijke vraagstukken: de routes. Wetenschap en maatschappij gaan samen op zoek naar oplossingen voor deze vraagstukken. Onlangs ontvingen de twee routes ieder een ‘startimpuls’ van 2,5 miljoen euro waarmee ze de drie jaar lang onderzoek kunnen doen.

Goed op weg

Het is beide routes gelukt om in korte tijd projectgroepen op te zetten waarin wetenschappers samenwerken met docenten, schooldirecteuren en andere maatschappelijke partners. De Universiteit van Amsterdam (UvA) is trekker van de route ‘Jeugd in ontwikkeling, opvoeding en onderwijs.’ Monique Volman, hoogleraar Onderwijskunde aan de UvA, leidt de route samen met prof. dr. Judi Mesman, hoogleraar Diversiteit in Opvoeding en Ontwikkeling in Leiden.

Maatschappelijke innovaties

In deze route bekijken wetenschappers en hun praktijkpartners hoe het bestuderen van de jeugd kan leiden tot maatschappelijke innovaties. Monique Volman: ‘We stellen het kind centraal en onderzoeken in elk deelproject hoe de omgeving van dat kind de kansen van dat kind vergroot of verkleint. Bijvoorbeeld: hoe vergroot je sociale cohesie in de klas? En welke invloed heeft buitenschools leren op kansen(on)gelijkheid? Maar ook: hoe bevorderen we waardevolle ontmoeting tussen professionals en jongeren en hun ouders met een migratieachtergrond?’

Impact vergroten en beleid verbeteren

Marjan Hammersma, secretaris-generaal van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Samenleving, vertelde in haar keynote speech hoe belangrijk het is dat wetenschappers en praktijkpartners samen het antwoord vinden op vragen uit de samenleving. En ook Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer is overtuigd van het belang van goede samenwerking tussen wetenschap en praktijk: ‘Ik merk dagelijks hoever die twee vaak van elkaar af staan. Want hoe vaak gebeurt het nou dat een interessant proefschrift wordt doorvertaald in concreet beleid? En hoe vaak zie je nou dat het beleid gestoeld is op de uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek? Deze routes van de NWA hebben de potentie om de maatschappelijke impact van wetenschappelijk onderzoek te vergroten, én om het beleid te verbeteren. Daar ben ik ontzettend blij mee.’

Gepubliceerd door  Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen