Maarten Pieter Schinkel en Jan Tuinstra geciteerd voor Amerikaans Hooggerechtshof

3 oktober 2018

In Apple v. Pepper zijn twee wetenschappelijke artikelen van UvA EB hoogleraren Maarten Pieter Schinkel, Jan Tuinstra en coauteurs geciteerd voor het Amerikaans Hooggerechtshof in een amicus brief.

Vooraanstaande Amerikaanse academici steunen daarmee de positie van de aanklager, kopers van iPhone apps, met een oproep aan het hof om de zogenaamde Illinois Brick-regel niet uit te breiden door een koper van een product (apps) aan te merken als een indirecte afnemer (van App Store) indien de prijs van het product door een derde partij (app developers) is bepaald. Dat zou mededingingswetsovertredingen in de hand werken en achterhaald zijn door nieuwe ontwikkelingen in economische theorie

Illinois Brick

Centraal in de zaak staat Illinois Brick Co v. Illinois (1977), waarin het Hooggerechtshof het recht om schade te claimen die is ontstaan als gevolg van een mededingingswetsovertreding beperkte tot de directe afnemers van de overtreders. Een belangrijke rechtvaardiging voor die beperking vond het hof indertijd in de beoordeling dat het te complex zou zijn om de doorberekening van prijsopslagen te bepalen. In het in RAND gepubliceerde artikel (2008) laten Schinkel en Tuinstra et al., zien dat de Illinois Brick-regel upstream kartels kan afschermen van rechtsvervolging, waardoor ze stabieler worden. In het tweede artikel geven zij een model om doorberekeningen in productiekolommen te bepalen, met een willekeurig aantal lagen, spelers en elke vorm van mededinging per laag.

App Store

In de civiele schadezaak Apple Inc. v. Pepper is de aantijging dat Apple de markt voor apps voor iPhone monopoliseerde met App Store. Vanwege haar machtpositie kon Apple een commissie van 30% vragen aan app ontwikkelaars voor verkopen via de App Store, die de developers (deels) doorberekenden in verhoogde app prijzen. Een groep app kopers claimt deze prijsverhogingen als schade, ontstaan door een beperking van de mededinging. Apple meent dat de groep geen recht heeft op het brengen van een schadeclaim, omdat app kopers slechts indirecte afnemers van Apple zouden zijn.   

App developers

Het Hooggerechtshof buigt zich nu over de vraag of apps die via de App Store zijn gekocht direct zijn afgenomen van Apple, of direct van app developers. In dat laatste geval zijn de app kopers indirecte afnemers van Apple, waardoor ze onder de Illinois Brick-regel geen recht zouden hebben om civiel verhaal te halen op Apple voor prijsopslagen als gevolg van de dominante positie van de App Store. Apple beargumenteert dat consumenten direct van de app developers kochten, omdat die de prijs van de apps in de App Store bepaalden. Apple beschouwt zichzelf als dienstverlener aan de developers.

De Amici

De zaak heeft fundamentele consequenties voor de behandeling van intermediaire platforms in mededingingszaken. Amici curiae halen het eerste artikel van Schinkel et al. aan bij het argument dat verdere beperking van het claimrecht het probleem dat mededingingswetsovertredingen aan rechtsvervolging ontsnappen nog verergeren. Het tweede paper wordt gegeven als een voorbeeld van vooruitgang in economische analyse die de oorspronkelijke rechtvaardiging voor de Illinois Brick-regel wegneemt.

Gepubliceerd door  Economie en Bedrijfskunde