Promovendus Preventie Kindermishandeling

Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen – Afdeling Pedagogische en Onderwijswetenschappen

Publicatiedatum
16 januari 2018
Opleidingsniveau
Master's degree
Salarisindicatie
€2.222 tot €2.840 bruto per maand
Sluitingsdatum
1 maart 2018
Functieomvang
38 uur per week
Vacaturenummer
18-023

De afdeling Pedagogische en Onderwijswetenschappen (POW) is verantwoordelijk voor het onderwijs en onderzoek in de pedagogische en onderwijswetenschappen van de UvA. Medewerkers van de afdeling participeren in het College of Child Development and Education (bacheloronderwijs pedagogiek, onderwijskunde en Universitaire Pabo van Amsterdam), de Graduate School of Child Development and Education (masterprogramma’s pedagogiek, onderwijskunde, lerarenopleiding en PhD-opleiding), het Research Institute of Child Development and Education (pedagogisch en onderwijskundig onderzoek) en Research Priority Area Yield (multidisciplinair onderzoek naar de menselijke ontwikkeling).

De afdeling zoekt drie kandidaten voor de functie van Promovendus.

De nieuwe medewerkers zullen deel uitmaken van de programmagroep Forensische Orthopedagogiek. Het project waarop de promovendi worden aangesteld betreft een grootschalig onderzoek naar vroegtijdig handelen ter voorkoming van kindermishandeling en wordt gefinancierd door ZonMw die de onderzoeksagenda Effectiviteitsonderzoek kindermishandeling voert.

Voor het project is een omvangrijk consortium samengesteld dat bestaat uit een groot aantal onderzoekers en praktijkprofessionals. Bij het consortium zijn 8 universiteiten aangesloten en onder meer de volgende praktijk- en kennisinstellingen: SPIRIT, De Opvoedpoli, Parnassia Groep, GGD Hollands Noorden, GGZ Rivierduinen, Horizon, Veilig Thuis, Jeugdbescherming Regio Amsterdam, De Bascule, Nederlands Jeugd Instituut (NJI), het Nederlands Centrum Jeugdgezondheidszorg (NCJ), het Trimbos Instituut en het Netwerk Effectieve Jeugdzorg Amsterdam (NEJA). Op deze manier is een omvangrijk landelijk kennisnetwerk gevormd met uitgebreide expertise over vroeg preventief interveniëren.

Het consortium heeft in fase 1 van het project een voorstudie uitgevoerd waarin de kennis over de effectiviteit van interveniëren werd geïnventariseerd. Deze voorstudie bestond onder andere uit een meta-analyse naar werkzame elementen, en interviews met professionals, ouders en kinderen. De samenvatting van deze voorstudie is te downloaden via de volgende link. De aan te stellen promovendi zullen gaan werken aan fase 2 van het project.

Werkzaamheden en project beschrijving

Kindermishandeling is een omvangrijk probleem met ernstige gevolgen voor individuele slachtoffers en de maatschappij. Prevalentiecijfers lijken erop te wijzen dat inspanningen die in de afgelopen jaren zijn verricht om kindermishandeling te verminderen, niet hebben geleid tot een substantiële vermindering van het aantal jaarlijks mishandelde kinderen. Bovendien laten overzichtsstudies zien dat interventies slechts in beperkte mate effectief zijn in het voorkomen van kindermishandeling. Het huidige project is daarom gericht op het vergroten van de effectiviteit van vroegtijdig interveniëren. Hiervoor is het essentieel te achterhalen waarom sommige preventieve interventies wel en andere niet werken.

Het huidige project (fase 2) bestaat uit 7 deelstudies die voortbouwen op de voorstudie en die zich richten op de in de voorstudie geconstateerde knelpunten voor effectieve preventie. De eerste studie is gericht op verbetering van signalering van (risico’s op) kindermishandeling door scholen, huisartsen, de volwassen-GGZ en JGZ. In de voorstudie werd het tekortschieten in signalering namelijk het meest consistent als knelpunt genoemd, zowel door ouders, kinderen als professionals. In deze studie wordt ook onderzocht hoe voorlichting over kindermishandeling op scholen beter kan, omdat jongeren het vaakst voorlichting noemen als antwoord op de vraag wat werkt bij het voorkomen van kindermishandeling.

Studie 2 omvat onderzoek naar de effectiviteit van het toepassen van het Risk-Needs-Responsivity (RNR)-model op (preventieve) jeugdhulp. Het RNR-model is in justitiële hulpverlening vaak leidraad, omdat meta-analyses laten zien dat de effectiviteit van interveniëren het grootst is als wordt gewerkt met dit model. Het gaat hierbij om het afstemmen van zorg op het risico op (herhaling van) kindermishandeling, en op de belangrijkste aanwezige veranderbare risico- en in standhoudende factoren. In de (preventieve) jeugdhulp wordt het RNR-model nog nauwelijks toegepast, wat de geringe effectiviteit van interventies ter voorkoming van kindermishandeling mogelijk verklaart. Bovendien bleek uit de voorstudie dat geschikte instrumenten voor toepassing van het RNR-model ontbreken.

Studies 3 en 4 richten zich op het vergroten van kennis over wat voor wie werkt en onder welke omstandigheden in het voorkomen van kindermishandeling. Omdat de huidige kennis over de effectiviteit van interventies zeer beperkt is, wordt met bestaande datasets onderzocht wat het langetermijneffect is van een aantal interventies (studie 3), en wat voor wie werkt en onder welke omstandigheden door analyse van omvangrijke ROM-data (studie 4).

Studies 5 en 6 omvatten de ontwikkeling van optimaal vormgegeven zorgmodules die bestaan uit specifieke werkzame elementen. Deze modules kunnen zowel zelfstandig of als onderdeel van een interventie worden ingezet zodat de effectiviteit van interveniëren kan toenemen. De voorstudie liet zien dat het effect van interventies op het voorkomen van kindermishandeling relatief groot is bij interventies die opvoedingsvaardigheden vergroten, het competentiegevoel van ouders vergroten, GGZ-problematiek van ouders aanpakken en persoonlijke vaardigheden van ouders vergroten. Onderzocht wordt hoe deze elementen optimaal kunnen worden vormgegeven (welke specifieke technieken zoals thuis oefenen, rollenspellen, en modellering, moeten met welke intensiteit en in welke volgorde worden toegepast?). Hiertoe wordt een uitgebreide meta-analyse uitgevoerd (studie 5). Daarnaast wordt onderzocht wat het effect is van het toevoegen van een aantal elementen aan bestaande interventies door een serie experimenten uit te voeren waarin de effectiviteit van verschillende werkzame elementen wordt getoetst (studie 6).

Tot slot omvat studie 7 de ontwikkeling van een keuzetool waarmee inzichtelijk wordt welke interventies beschikbaar zijn voor welke risico- en in stand houdende factoren, doelgroep, kindermishandelingsvorm en regio’s, uit welke elementen deze interventies bestaan en hoe sterk het bewijs is voor effectiviteit van deze (elementen van) interventies. Deze tool is zeer bruikbaar bij het kiezen van passende interventies. Ook maakt de tool inzichtelijk welke werkzame elementen onderdeel zijn van beschikbare interventies, zodat tegemoet wordt gekomen aan de praktijkbehoefte om ook afzonderlijke elementen in te kunnen zetten of combinaties hiervan. De tool maakt ook inzichtelijk welke lacunes er zijn in het huidige interventieaanbod in Nederland.

In overleg zal worden bepaald op welke projecten de nieuwe medewerkers zullen worden ingezet.

De werkzaamheden bestaan onder meer uit het:

  • opzetten en uitvoeren van kwalitatief onderzoek waarbij deskundigen uit de praktijk worden geïnterviewd;
  • opzetten en uitvoeren van onderzoek naar de effectiviteit van het RNR-model;
  • opzetten en uitvoeren van onderzoek naar de effectiviteit van modules;
  • uitvoeren statistische analyses op de in dit project verzamelde data en eerder verzamelde data over de effectiviteit van interventies;
  • publiceren van de resultaten in het Engels in internationale wetenschappelijke tijdschriften;
  • geven van presentaties op nationale en internationale congressen en bijeenkomsten;
  • deelnemen aan scholingsactiviteiten in het kader van de PhD-opleiding van de Graduate School of Child Development and Education, Universiteit van Amsterdam;
  • verzorgen van onderwijs voor bachelor- en masterstudenten Pedagogiek en Onderwijskunde.

Profiel

De kandidaten die wij zoeken beschikken over:

  • een afgeronde (of bijna afgeronde) masteropleiding op het gebied van (forensische) orthopedagogiek of aanverwante opleiding (b.v. psychologie);
  • uitstekende studieresultaten;
  • uitstekende mondelinge en schriftelijke vaardigheid in zowel Nederlands als (academisch) Engels;
  • aantoonbare ervaring met empirisch onderzoek, bijvoorbeeld door het hebben gevolgd van een researchmaster;
  • een sterk analytisch vermogen en goede statistische vaardigheden;
  • uitstekende communicatieve, sociale en organisatievaardigheden;
  • een ondernemende persoonlijkheid, gericht op samenwerking, resultaat en kwaliteit;
  • kennis over jeugdbescherming en (vroegtijdig) preventie van kindermishandeling strekt tot aanbeveling.

Inlichtingen

Voor inlichtingen over deze functie kunt u contact opnemen met:

Aanstelling

Het betreft een tijdelijke aanstelling voor een jaar (omvang 38 uur per week) met uitzicht op verlenging van 2 jaar (in totaal 3 jaar) in geval van een goede beoordeling na het eerste jaar en onveranderde (onderzoeks)omstandigheden. Het salaris bedraagt €2.222 bruto per maand in het eerste jaar en loopt op tot €2.840 op basis van volledige werktijd plus 8% vakantiegeld en 8.3% eindejaarsuitkering. De Cao Nederlandse Universiteiten is van toepassing.

Sollicitatie

U kunt uw sollicitatiebrief, inclusief een gedetailleerd curriculum vitae en cijferlijst, tot en met 1 maart 2018 richten aan Claudia van der Put, Universiteit van Amster dam, Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen, afdeling Pedagogische en Onderwijswetenschappen via vacatures-pow-fmg@uva.nl. Vermeldt u a.u.b. vacaturenummer 18-023 in het onderwerpveld.

Sollicitatiebrief en curriculum vitae dienen in één document (Pdf) te worden aangeleverd. #LI-DNP

Wij stellen acquisitie niet op prijs

Gepubliceerd door  Universiteit van Amsterdam