Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN

In 2009 oordeelde het Duitse Federale Constitutionele Hof dat het Europees Parlement de bevolkingen van de individuele lidstaten vertegenwoordigt en niet het geheel van Unieburgers. Maar dat is te kort door de bocht, stelt Kathalijne Buitenweg nu. Het Duitse besluit negeert formele bepalingen en praktijken die het Europees Parlement juist definiëren als vertegenwoordiger van de burgers van de Unie als geheel. 23 september promoveert Buitenweg aan de Universiteit van Amsterdam.

'Wie vertegenwoordig je nu eigenlijk, Nederlanders of Europese kiezers?' Die vraag kreeg Buitenweg vaak voorgelegd toen ze tussen 1999 en 2009 namens GroenLinks lid was van het Europees Parlement. De afgelopen zes jaar weidde Buitenweg zich aan het historisch-juridisch perspectief op de kwestie.

Vrij mandaat

Die historische verkenning toont dat het Europees Parlement zijn vertegenwoordigende aard zelf mede vormgeeft. Buitenweg: 'De groep mensen die op een parlementariër stemmen is altijd divers, met verschillende belangen, achtergronden en ideeën. Als democratisch verkozen vertegenwoordiger heb je een vrij mandaat zelf de gemeenschappelijke noemer te kiezen waar je in je vertegenwoordiging de nadruk op legt. Bij herverkiezingen evalueren kiezers die keuze en inspanningen.' Buitenweg stelt dat niet alleen leden, maar ook parlementen deze vrijheid behoren te hebben, ‘vertegenwoordigende autonomie’ noemt ze dat. Gedreven door deze algemene norm, probeert het Europees Parlement al decennia zelf te bepalen hoe het zijn kiezers vertegenwoordigt. Daarbij kiest het steeds meer voor het vertegenwoordigen van mensen als Unieburgers in plaats van nationale bevolkingen.

Op veel vlakken slaagt het parlement daarin. Bijvoorbeeld waar het gaat om zijn interne organisatie. Parlementariërs opereren voornamelijk via Europese fracties, waarmee de nadruk ligt op ideologische verschillen en overeenkomsten tussen vertegenwoordigers en hun kiezers, in plaats van op nationale verschillen en overeenkomsten.

Ondergeschikt belang

Ook de salariëring en de immuniteitsregeling zijn in de loop van jaren – door de inspanningen van het Europees Parlement – meer in lijn gekomen met een Unie-brede vertegenwoordiging. Alle parlementariërs krijgen sinds 2009 eenzelfde, Europese vergoeding – waar ze voor die tijd hetzelfde salaris verdienden als nationale parlementariërs, opgebracht door nationale belastingbetalers. En hoewel nationale immuniteitswetgeving nog steeds de rechtspositie van leden bepaalt, weigert het Europees Parlement in de praktijk om immuniteit op te heffen voor individuele leden, in welke EU-lidstaat dan ook, als zij handelden in het uitoefenen van hun politieke functie. Op die manier trok het parlement de rechtspositie van zijn leden via een omweg meer gelijk en hebben de leden de vrijheid verworven om als Europese, in plaats van nationale, vertegenwoordigers op te treden. Het Europees Hof van Justitie heeft de toepassing van de regels door het Europees Parlement hierbij onderschreven.

Bovenstaande regels, gericht op vertegenwoordiging van Unieburgers, staan recht tegenover de opvatting van het Duitse Hof, dat het Europees Parlement juist kiezers uit individuele lidstaten vertegenwoordigt. Het Hof beroept zich bij dat oordeel op het kiessysteem, waarin stemmen verschillend worden gewogen, afhankelijk van het land waarin ze zijn uitgebracht. Bepalingen die daarmee strijdig zijn worden door het Hof genegeerd of van ondergeschikt belang geacht, laat Buitenweg zien.


De promovendus vindt de oplossing van het Hof onbevredigend, omdat de daarmee conflicterende bepalingen ook formeel zijn aangenomen en dus gezag hebben. ‘Je ontkomt niet aan de conclusie dat ook in formele zin de vertegenwoordigende aard van het Europees Parlement ambigu is.’

Begrijpelijk en noodzakelijk

Buitenweg hoopt dat haar verklaring van het ontstaan van de soms tegengestelde bepalingen het Hof en andere juristen comfort biedt. ‘Het nieuwe inzicht dat zonder vertegenwoordigende autonomie een parlement zijn rol niet kan vervullen, maakt het handelen van het Europees Parlement begrijpelijk en zelfs noodzakelijk. Het feit dat niet alle bepalingen dezelfde kant op wijzen is niet problematisch, het toont dat het Europees Parlement nog volop in ontwikkeling is.’ Daarmee is haar proefschrift ook relevant voor Buitenwegs voormalig collega’s in het Europees Parlement: ‘De norm van vertegenwoordigende autonomie maakt dat het Europees Parlement meer zeggenschap behoort te hebben over de immuniteit van zijn leden en de kieswet.’

Promotiegegevens

Mw. K.M. Buitenweg: The European Parliament’s Quest for Representative Autonomy. Promotoren zijn prof. dr. D.M. Curtin en prof. dr. W.T. Eijsbouts. Copromotor is dr. C. Eckes.

Tijd en locatie

De promotie vindt plaats op vrijdag 23 september, 11.00 uur
Locatie: Aula van de UvA, Singel 411, Amsterdam.

Lees het agendabericht