Uitkomsten PhD-survey 2017

20 februari 2018

Het merendeel van de promovendi aan de UvA is tevreden over de begeleiding. Er zijn nog stappen te maken, bijvoorbeeld als het gaat om loopbaanoriëntatie en het psychisch welzijn van promovendi. Dit beeld en andere bevindingen komen naar voren uit de jaarlijkse survey van de Centrale Promovendiraad onder alle promovendi van de UvA (met uitzondering van de AMC-promovendi).

521 promovendi, zo’n 33% van de in totaal 1.600 promovendi aan de UvA, vulden de survey in. ‘De bevindingen en aanbevelingen van de CPR zijn belangrijk’, reageert rector magnificus Karen Maex. ‘We gaan alle uitkomsten goed bekijken om ons vervolgens te kunnen richten op de belangrijkste aandachtspunten.’

Begeleiding en onderwijskwalificatie

De promovendi zijn overwegend tevreden over de begeleiding: 80% van hen is tevreden over de begeleiding die ze krijgen van promotor(en) en copromotor(en). 75% van de promovendi verwacht het promotieonderzoek binnen de beschikbare tijd te kunnen afronden. Degenen die dat niet verwachten, noemen als oorzaken vooral de omvang van hun onderzoeksproject en praktische tegenslagen.

Van de deelnemers aan de survey heeft 69% onderwijstaken, vooral bestaande uit college geven en scripties begeleiden. Ongeveer een derde van de promovendi twijfelt of ze voldoende toegerust is voor deze taak. Meer dan de helft van de promovendi geeft aan interesse te hebben in de Basis Kwalificatie Onderwijs (BKO). Een aantal faculteiten heeft een alternatief voor de volledige BKO, bijvoorbeeld didactiekcursussen, een training onderwijsvaardigheden of een verkorte BKO (een BKO-‘light’). ‘Wij adviseren een BKO-light beschikbaar te maken voor alle promovendi, want op dit moment wordt de BKO of een verkorte versie niet bij alle faculteiten standaard aangeboden’, vertelt Centrale Promovendiraad-voorzitter Sarah Eskens. Maex: ‘Daar gaan we naar kijken. Ik wil hierin ook graag transferable skills meenemen, aangezien veel van onze promovendi hun loopbaan buiten de universiteit voortzetten.’

Informatie en ondersteuning

Bijna een derde van de respondenten voelt zich onvoldoende geïnformeerd over de arbeidsvoorwaarden. Eskens: ‘De faculteiten zouden promovendi meer moeten stimuleren zichzelf hierover te informeren, en de informatie moet makkelijker te vinden zijn op de website van de universiteit. Wij gaan ook zelf aandacht aan dit onderwerp besteden in onze nieuwsbrieven voor promovendi.’

Ongeveer de helft van de internationale promovendi heeft – in meer of mindere mate – moeilijkheden ondervonden rondom aankomst en verblijf in Nederland. Dit betrof huisvesting, maar ook taal, gezondheidszorg en sociale contacten. Deze aspecten zijn onderdeel van een bredere thematiek waar de UvA de komende jaren werk van wil maken. Zo is een van de doelstellingen in het in 2017 geactualiseerde Strategisch Kader Internationalisering het versterken van de ‘soft landing’-introductieperiode voor internationale studenten en staf.

Loopbaanbegeleiding

Ongeveer een kwart van de respondenten is ontevreden over het aanbod aan activiteiten met betrekking tot loopbaanoriëntatie. Van degenen die van het aanbod gebruikmaken, is meer dan de helft ontevreden over de inhoud ervan. De Centrale Promovendiraad geeft aan dat de universiteit zou moeten kijken naar zowel de inhoud van de loopbaanbegeleidingsprogramma’s als de communicatie erover. De UvA gaat na hoe de huidige programma’s meer toegespitst gemaakt kunnen worden voor promovendi.

Functiebeperkingen en mentale gezondheid

In tegenstelling tot de survey in 2015 had die van dit jaar niet het doel om te meten hoe promovendi scoren op een depressieschaal. In samenwerking met de Commissie Functiebeperking, Chronische ziekte, Arbeidsbeperking (FCA) van de UvA bevatte de survey wel vragen over functiebeperkingen. Hierbij gaf 15% van de respondenten aan een psychische of mentale aandoening te hebben die de werkprestaties beïnvloedt. Van deze groep geeft bijna een derde aan dat het gaat om een depressie. Ook worden zaken als stress en angst veel genoemd.

In discussies over de mentale gezondheid van promovendi wordt soms verondersteld dat problemen die ontstaan tijdens het promotietraject, toe te schrijven zijn aan de begeleiding. De Centrale Promovendiraad heeft niet onderzocht of er een correlatie is tussen mentale gezondheid en de kwaliteit van de begeleiding, maar benadrukt sowieso dat begeleiders en de bredere universiteitsgemeenschap een belangrijke rol hebben in het herkennen en signaleren van mentale gezondheidsproblemen bij promovendi. Maex onderschrijft dat: ‘Het breed bespreekbaar maken van psychische problemen is van groot belang. Daarnaast is het zaak werk te maken van deze problematiek. Zo beginnen we dit jaar met het stapsgewijs uitvoeren van het Zorgplan voor studenten en promovendi. Dit plan bestaat uit verschillende initiatieven, gericht op bewustwording, informatievoorziening en het versterken van de begeleiding van studenten en promovendi met gezondheidsproblemen.’

De Centrale Promovendiraad heeft de exacte cijfers over de functiebeperkingen niet in het surveyrapport opgenomen, ter waarborging van de privacy van de respondenten. De cijfers worden wel deels beschreven in de samenvatting (paragraaf 3.9).

Gepubliceerd door  UvA Persvoorlichting